Van Rijssen neemt haar werk mee naar de sporthal

Na maanden geen handbalbal aangeraakt te hebben, gooiden de speelsters van het eerste team van Kwiek afgelopen dinsdag voorzichtig weer een balletje naar elkaar. In de sporthal én met het complete team. Door een reeks ingekochte coronatesten en een uitgebreid coronaprotocol voldoet de eredivisionist aan de regels die het NOC*NSF heeft gesteld om als topsporters gezamenlijk te kunnen trainen tijdens de lockdown. Speelster Anouk van Rijssen speelt daarin een belangrijke rol.

Je moet je werk niet mee naar huis nemen, wordt vaak gezegd. Anouk van Rijssen slaat dat goedbedoelde advies in de wind. Sterker nog, ze neemt haar werk zelfs mee naar de handbal. Twee keer per week neemt de opbouwster van Kwiek sneltesten af in de neuzen en kelen van haar ploeggenoten, om zo veilig en verantwoord samen te kunnen trainen. “Ik ben poli-assistent op de kno-afdeling van het Isala in Zwolle,” vertelt de 24-jarige Van Rijssen. “Ik neem daar geen coronatesten af, maar ik heb wel ervaring met werken in dat gebied van het lijf.”

Samen met keeperstrainer Femke te Wierik en teammanager Marcel Blankhorst onderzocht Van Rijssen gisteren de gehele selectie. “Vanuit het NHV hebben we een heel boekwerk aan regels gekregen waar we ons aan moeten houden. Er is een hygiënecoördinator aangesteld, er zijn looproutes in de sporthal en iedereen moet twee keer per week getest worden op het coronavirus.” En dat testen mag niet zomaar iedereen doen. “Daar zijn uiteraard ook regels aan verbonden. Femke, Marcel en ik hebben alle drie een zorgachtergrond. Daarom vroeg de club ons of wij dit op ons wilden nemen.”

Kwartiertje wachten

In sporthal Tijenraan, de thuishaven van Kwiek, is een kleedkamer helemaal ingericht als testlocatie. “Vóór de test mogen de spelers geen contact met elkaar hebben. Via de ene deur gaan ze erin en via de andere er weer uit,” licht Van Rijssen toe. “We nemen sneltests af, binnen een kwartier weten we de uitslag. Als het negatief is, mag de speler de zaal in. Bij een positieve test natuurlijk niet.”

Voor Van Rijssen betekent het dat ze op dinsdag ruim voor zessen al in de sporthal aanwezig moet zijn. “We moeten eerst elkaar testen, want als wij positief zijn dan mogen we natuurlijk niet blijven. Dan komen om zes uur de spelers een voor een. Een goed kwartier later weten we alle uitslagen en om half zeven kunnen we dan trainen. Ook op vrijdag gaat het zo, want we moeten twee keer in de week testen.”

Gehuurde spinningfiets

Het vraagt veel van de fanatieke opbouwster, maar Van Rijssen doet het graag. “We zijn heel blij dat we eindelijk weer mogen handballen. We hebben de afgelopen weken wel voor onszelf getraind, maar dat is natuurlijk niet hetzelfde.” De conditie en kracht werden zelfstandig op peil gehouden. “Vital Centre, de sportschool waar we normaal twee keer per week trainen, heeft voor ons een aangepast krachtschema gemaakt. We oefenden thuis met flessen water of tassen vol boeken om aan gewichten te komen. Voor de conditie liepen sommigen hard en anderen trainden op een spinningfiets die ze van Vital huurden.”

Met de fysieke basis zit het dus wel goed bij de selectie van Kwiek, maar het echte ‘balwerk’ is lastig thuis te onderhouden. “Het was best raar om na zoveel tijd weer een bal in handen te hebben,” erkent Van Rijssen. “We moeten het natuurlijk rustig opbouwen. Dat deden we gisteren ook: een beetje passen en schieten, veel meer nog niet. Je wilt wel graag voluit, maar je moet waken voor blessures.”

Oefencompetitie

Nu is het wachten op de eerste wedstrijd. “Volgens de regels van het NOC*NSF mochten we half december al weer wedstrijden spelen. Dat voelde voor ons toen echt niet goed. Natuurlijk wil je graag spelen, maar wij zijn geen fulltime handballers. We werken of studeren er allemaal naast. We vonden het echt raar dat wij dan wel zouden handballen, terwijl de rest van het land op slot zat. We zijn dan ook blij dat het NHV besloten heeft de competitie te schrappen.”

Als alles meezit, wordt er in april gestart met een alternatieve competitie. “Dat zou dan een soort oefencompetitie zijn tegen clubs uit de regio, zoals Borhave en DSVD. Het is wel fijn als we weer iets hebben om naar toe te werken. Je merkt dat je zonder specifiek doel toch iets minder motivatie hebt om er helemaal voor te gaan,” besluit Van Rijssen.

Potje met geld
De ingekochte coronatesten worden niet door de leden van Kwiek betaald, benadrukt Kwiek-voorzitter Michel Rabelink. Er is ‘een potje met geld’ gevonden, liet hij aan de Stentor weten: “Dat moest ook. Anders is het niet te verkopen naar de leden toe dat we die tests hebben ingekocht in deze voor de club financieel onzekere tijden. Dan staat het raar dat niemand van de leden de zaal in mag en het eerste team wel.”

Foto: teammanager Marcel Blankhorst neemt een coronatest af bij een Kwiek-speelster. Anouk van Rijssen bereidt het testmateriaal voor.

Deel dit bericht
Previous Article
Next Article

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deel deze pagina