Deense mastercoach inspireert Sallandse trainers: passen, beslissen, maar vooral geduld hebben
De Deen Claus Dalgaard-Hansen, directeur talentontwikkeling voor de Noorse handbalbond en voormalig bondscoach van het Deense nationale jeugdteam, is op uitnodiging van de Handbalschool Salland twee dagen in Raalte om scholing te geven aan trainers uit de regio. Het levert mooie inzichten en interessante discussies op.
De scholing begint op zaterdagochtend met een stukje theorie. EHF mastercoach Dalgaard-Hansen vertelt over de do’s en don’ts van het opleiden van talenten en het invullen van trainingen. “Het is interessant om te horen hoe hij denkt over het opbouwen van een training”, vertelt Dorien Wolterink, trainster van Wijhe’92 2, één van de meer dan zestig trainers die deze dagen aanwezig zijn.
“Wij sluiten een training vaak af met een wedstrijd of spelvorm waarin het belangrijkste samenkomt, maar hij zegt dat je dat juiste het beste in het midden van je training kunt doen”, heeft Wolterink er onder andere van opgestoken. “Dan zijn de spelers nog scherp. Op het einde kun je dan beter een simpelere oefening als een break-out trainen. Ook hij heeft ons mooie oefeningen laten zien om de verschillende basistechnieken mee te trainen.”
Beslissingen in de aanval
Na de theorie volgen op deze zaterdag twee trainingen waarbij de B- en C-jeugd van de handbalschool als demogroep fungeren. De nadruk ligt op het maken van de juiste beslissingen in de aanval. Dalgaard-Hansen laat de speelsters verschillende oefenvormen uitvoeren en licht telkens toe wat hij doet en waarom hij dit zo doet.
Liset Meijerink en Daniëlle Besten, trainers van de C1 van Heeten, vinden het inspirerend. “Wat hij ons vooral heeft meegegeven is dat het belangrijk is dat je de trainingsstof in kleine stapjes aanbiedt en dat je het vooral niet te moeilijk maakt”, aldus Meijerink. “De spelers moeten succes ervaren, dat is belangrijk voor het plezier in het spel. En we hebben mooie tips en oefeningen meegekregen over hoe je speelsters veel in beweging krijgt in de aanval.”
Goed, hard en precies passen
Anders dan in Nederland ligt in de Deense handbalvisie de nadruk op de passing, vertelt Dalgaard-Hansen, als hij even pauze neemt tussen de twee trainingen door. “Daar trainen we vanaf de jongste jeugd heel veel op. Voor een goede aanval moet de passing zo goed, hard en precies mogelijk zijn”, is zijn opvatting.
Dat botst met de visie op jeugdhandbal die in Nederland geldt, weet Jan van Kester, handbalicoon van Quintus en lid van de Werkgroep Talentontwikkeling, die ook bij deze scholing in Raalte aanwezig is. “Bij de Denen draait het om passen, passen, passen. De Nederlandse jeugd wordt gestimuleerd om één op één te verdedigen. Dan lukt dat passen natuurlijk niet, dus dat botst. Daarom verdedigen ze in Denemarken defensiever, daar leer je dan weer minder van op dat vlak. Tja, wat is goed en wat is fout? Je hebt het beide nodig.”
In de spiegel kijken
Het tekent de lastige afwegingen waar alle trainers mee te maken hebben. De scholing van Dalgaard-Hansen is volgens Van Kester dan ook een mooie manier om daarover na te denken “Het is altijd goed om in de spiegel te kijken”, aldus de Westlander. “De problemen die Claus schetst, zijn problemen waar iedere trainer mee worstelt. Wanneer laat je spelers specialiseren op een bepaalde positie? Hoe intensief kun en moet je trainen en wat is de rol van fysieke trainingen binnen je opleiding?”
Geduld als toverwoord
Geduld is volgens de Deense instructeur daarbij het toverwoord. Dalgaard-Hansen: “Handbalsters zijn vergeleken met andere sporters op relatieve late leeftijd op hun top. De gemiddelde leeftijd bij de Noorse ploeg die in 2024 Olympisch kampioen werd lag op 32 jaar. Dat zie je bij andere sporten niet, daar pieken speelsters veel vroeger. Dat betekent dus dat je veel tijd hebt om te bouwen. Die tijd moet je ook nemen.”
Dat vinden speelsters lastig, weet Dalgaard-Hansen. “Vooral bij jonge spelers is geduld niet het sterkste punt. Zij willen alles snel voor elkaar hebben. Je moet ze daarom het vertrouwen geven dat het goed komt, ze moeten in gaan zien dat ze de tijd hebben.”
Ruimtes steeds kleiner
Fysieke kracht moet je rustig opbouwen, zegt hij. “Jonge speelsters, zo rond de twaalf, dertien jaar, moet je alleen met hun eigen lichaamsgewicht laten trainen. Later kun je voorzichtig gewichten toe gaan voegen. Vooral in de puberleeftijd zie je onderling nog zoveel verschillen. Sommige speelsters zijn lichamelijk nog kinderen, terwijl anderen al vrijwel volwassen zijn.”
Hoe ouder spelers zijn, hoe belangrijker de fysieke kracht wordt. “Het veld is even groot, of je nu 13 of 32 bent. Maar zelf word je wel groter en sterker, waardoor de ruimtes op het veld steeds kleiner worden. Daardoor wordt het fysiek steeds zwaarder en zijn kracht, coördinatie en lenigheid heel belangrijk. Niet in de laatste plaats om blessures te voorkomen.”
Het liefst ziet Dalgaard-Hansen daarom dat jonge speelsters meerdere sporten doen. “Vroeger bewogen kinderen uit zichzelf veel meer, nu moet je ze dat veel meer aanbieden. Het zou mooi zijn als ze op jonge leeftijd verschillende sporten combineren, om zo zoveel mogelijk bewegingsgebieden te ontwikkelen.”
Het spel lezen
Verdedigend hoef je niet altijd sterk te zijn, om goed te zijn, geeft hij tot slot nog mee. “Het belangrijkste is dat je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren. Je moet het spel lezen, zorgen dat je op tijd daar staat waar de aanvaller komt. Dat heeft met slimheid te maken, daar hoef je niet sterk voor te zijn. De beste spelers zijn zij die het spel kunnen lezen.”
Foto: Claus Dalgaard-Hansen geeft tips aan trainers en speelsters | fotograaf Johan Wolff

